Het gesprek


Het gesprek in dienst der zelfbezinning – Dr. C.J. Schuurman

Samenvatting van een eerdere bewerking door R. van Ettinger & C.B. van der Kolk

 

Voor Schuurman is een gespreksgroep in de eerste plaats een oefenplaats voor zelfbezinning. Het doel is niet elkaar te adviseren, overtuigen of verbeteren, maar via het gesprek beter te begrijpen wat er in het eigen leven speelt. Meer bewustwording en zelfbesef maken het mogelijk het leven beter aan te kunnen.

  1. Ieder onderzoekt zijn eigen leven

De weg van zelfbezinning is persoonlijk. Er wordt geen theorie op iemand toegepast en er is geen voorgeschreven uitkomst. Iedere deelnemer probeert vanuit de eigen ervaring te onderzoeken wat hem of haar beweegt.

Opmerkelijk is dat deelnemers zich daarbij in zekere zin vooral met zichzelf bezighouden. Wat een ander zegt, kan iets bij mij oproepen, maar ik gebruik dat niet om die ander te analyseren. Ik vraag mij af: wat raakt dit in mijn eigen ervaring?

Zo kunnen mensen elkaar activeren zonder zich met elkaar te bemoeien.

  1. Ervaring gaat vóór denkbeelden

Het gesprek begint niet bij opvattingen, theorieën of overtuigingen, maar bij wat iemand werkelijk heeft meegemaakt en ervaren. Die ervaring hoeft niet aan anderen te worden aangepraat. Zij dient als materiaal voor de eigen bezinning.

Daarvoor is rust en vertraging nodig. Niet alles hoeft onmiddellijk gezegd te worden. Het gesprek is geen wedstrijd om spreektijd en ook geen gelegenheid om aandacht te trekken.

  1. Contact ontstaat indirect

Toch ontstaat juist op deze manier werkelijk contact. Iemand spreekt openhartig iets uit. Een ander herkent daarin iets uit het eigen leven en reageert vanuit die ervaring.

Het antwoord is dan geen advies of aanwijzing, maar een voortzetting van het gezamenlijke onderzoek.

Volgens Schuurman ontstaat relatie daarom niet doordat deelnemers nadrukkelijk proberen ‘verbinding te maken’. Contact ontstaat wanneer mensen iets van hun werkelijke, kwetsbare ervaring laten zien.

  1. Geen overeenstemming of resultaat nastreven

Een gespreksgroep hoeft nergens uit te komen. De deelnemers hoeven het niet eens te worden en hoeven gezamenlijk geen conclusie te bereiken.

De ander is eerder een spiegel en ervaringsbron: diens levensverhaal kan mij helpen mijn eigen leven beter te verstaan.

  1. Ontdekken wat niet werkelijk van jezelf is

Een belangrijk onderdeel van zelfbezinning is onderscheiden wat werkelijk bij jezelf hoort en wat je in de loop van je leven hebt overgenomen van opvoeding, omgeving en cultuur.

Volgens Schuurman dragen we veel mee waarvan we denken: zo ben ik nu eenmaal, terwijl het in werkelijkheid aangeleerd of aangepast gedrag kan zijn.

Zelfbezinning betekent daarom niet alleen ontdekken wie je bent, maar ook ontdekken wat je niet bent.

  1. Ook de donkere kanten mogen verschijnen

Onze cultuur maakt gemakkelijk onderscheid tussen goed en slecht, gewenst en ongewenst. Daardoor ontstaan schaamte, schuldgevoelens en verdringing.

Schuurman wil juist ruimte geven aan datgene waarmee iemand geen raad weet: irritatie, angst, schaamte, onaangename eigenschappen en andere ‘donkere’ kanten.

Wanneer zulke ervaringen zonder veroordeling uitgesproken kunnen worden, verliezen ze vaak iets van hun bedreigende karakter.

  1. Niet oordelen

Een wezenlijke voorwaarde voor de gespreksgroep is daarom niet-veroordelen. Iedereen kent tegenstrijdige neigingen en minder fraaie kanten.

Openheid kan daardoor een ervaring van gemeenschap oproepen: niet omdat iedereen hetzelfde is, maar omdat deelnemers ontdekken dat menselijke worstelingen herkenbaar zijn.

  1. De groep helpt het onbewuste zichtbaar maken

Wat we niet willen zien, verdringen we gemakkelijk. Daardoor blijven we volgens Schuurman gevangen in steeds dezelfde patronen.

Andere mensen kunnen hierbij behulpzaam zijn, omdat zij soms iets zichtbaar maken wat wij bij onszelf nog niet kunnen zien. Dat gebeurt echter niet door kritiek of analyse. Vaak is het genoeg dat iemand iets van zichzelf uitspreekt. Daardoor kan ook bij een ander iets loskomen.

  1. Van ideaal-ik naar werkelijk ik

Schuurman verzet zich sterk tegen het voortdurend aanspreken van mensen op hun ideaal-ik:

je moet zo zijn, je hoort dit te doen, daar moet je naar streven.

In de gespreksgroep gaat het juist om ruimte voor het werkelijke ik. Ook eigenschappen die niet fraai of sociaal wenselijk zijn, mogen onderzocht worden.

Juist wanneer iets niet onmiddellijk veroordeeld wordt, kan het veranderen.

  1. Niet elkaar helpen — en daardoor elkaar helpen

Een paradoxale kernzin van Schuurman is:

We komen niet bij elkaar om elkaar te helpen; we komen om onszelf te helpen. En juist daardoor helpen we elkaar.

Adviezen, lessen en verbeterpogingen worden zoveel mogelijk vermeden. Wel mogen deelnemers elkaar vragen stellen. Daarbij blijft degene aan wie de vraag wordt gesteld altijd vrij om wel of niet te antwoorden.

Die vrijheid voorkomt dat opnieuw het ‘je moet’ van het ideaal-ik binnensluipt.

De kern in één alinea

Schuurmans gespreksgroep is geen discussie-, advies- of therapiegroep, maar een relationele oefenplaats voor zelfbezinning. Deelnemers spreken vanuit hun eigen ervaring, luisteren naar wat de ander bij henzelf oproept en proberen elkaar niet te veranderen. In een sfeer van rust, vrijheid en niet-veroordelen kunnen ook schaamte, tegenstrijdigheden en ongewenste kanten zichtbaar worden. Daardoor ontstaat meer zicht op wat werkelijk van jezelf is, wat aangeleerd of aangepast is en wat je ten diepste beweegt.


Noot WJ: Er zit één bijzonder krachtig idee in voor een CvZ biografietraject: de ander nemen zoals ie is om het eigen leven beter te begrijpen, zonder de ander tot object van onderzoek te maken. Dat onderscheidt Schuurmans benadering behoorlijk scherp.