Mijn aanwezigheid als gespreksleider

Na ruim twintig jaar gespreksgroepen begeleiden, hoef ik niet meer voortdurend mijn eigen levensverhaal te onderzoeken in het bijzijn van de groep. Ik ben daar niet om mezelf opnieuw uit te leggen. Wel wil ik zelfbezinnend aanwezig blijven.

Dat betekent voor mij: aandachtig blijven voor wat ik zelf doe in het gesprek. Ben ik werkelijk nieuwsgierig, of denk ik al te weten waar het over gaat? Stel ik een vraag die iets opent, of stuur ik ongemerkt naar een conclusie? Laat ik iemand zijn eigen woorden vinden, of vul ik te snel in?

Ik geloof niet dat verdieping betekent dat we steeds verder moeten graven. Het verleden mag meekomen wanneer het zich aandient, maar hoeft niet te worden opgezocht. Niet iedere ervaring vraagt om een oorsprongsverhaal.

Voor mij ontstaat verdieping eerder wanneer iemand scherper gaat zien wat er nú speelt:
wat raakt mij,
wat vermijd ik,
waar pas ik mij aan,
waar ben ik trouw aan mezelf,
wat staat hier voor mij op het spel,
en wat heb ik hiermee te doen?

Ik wil daarom eerder de vraag verdiepen dan het drama.

Een persoonlijk gesprek hoeft ook niet zwaar te zijn. Lichtheid, humor en relativering kunnen ruimte maken. Zolang ze niet gebruikt worden om weg te blijven bij wat spannend of wezenlijk is.

Als gespreksleider hoef ik niet buiten het gesprek te staan. Af en toe kan ik iets van mezelf laten zien. Niet omdat zelfonthulling erbij hoort, maar wanneer het helpt om naast de ander te gaan staan. Kort en zonder dat mijn verhaal het gesprek overneemt.

Mijn taak is niet om iemand te analyseren, te helpen of te repareren. Ook niet om ieder gesprek tot een inzichtgevende finale te brengen. Soms is iets gezegd en is dat genoeg.

Ik wil vertragen wanneer iets ertoe doet, concretiseren wanneer woorden algemeen worden en ruimte laten wanneer iemand zelf verder kan.

Daarbij hoort ook terughoudendheid. Ervaring kan namelijk een valkuil worden. Een ervaren gespreksleider kan de neiging krijgen de kern al te zien voordat de deelnemer die zelf ontdekt heeft.

Daarom probeer ik mijzelf tijdens een gesprek steeds een paar eenvoudige vragen te stellen:

Ben ik nog nieuwsgierig?
Van wie is deze vraag eigenlijk?
Open ik iets, of stuur ik ergens heen?
Moet dit werkelijk dieper?

Zelfbezinning betekent voor mij dan ook niet voortdurend naar binnen kijken.

Het betekent aanwezig blijven bij mijn eigen aandeel in wat er tussen mensen gebeurt.

Mijn voorlopige leidraad:

Licht in de vorm.
Precies in de vraag.
Existentiëel in de onderlaag.
En niet dieper dan nodig.

Ieder onderzoekt zijn eigen verhouding tot wat zich nú aandient.


Kern van een LEVENXL biografietraject

De vraag is niet in de eerste plaats: Wat is er allemaal met mij gebeurd? Maar: Wat raakt mij als ik naar mijn levensloop kijk? Wat blijft terugkomen? Waar vraagt mijn leven aandacht?

Daarmee wordt de biografie geen dossier en ook geen afgerond verhaal. Het blijft voorlopig en onderzoekend.

Hierin kan de conceptuele kern liggen voor een biografietraject: niet "het verhaal dat je leven verklaart", maar "het leven dat jou een vraag stelt".


Opbouw van een meerdaagse

Tot nu draait de opbouw vaak om deze 3-traps raket Waar kom je vandaan? Waar ben je nu? Waar wil je heen?

Daarbij is mijn uitdaging als gespreksleider vooral: hoe houd ik het gesprek zelfbezinnend zonder er een historische reconstructie of toekomstplan van te maken. Ik kan de vertrouwde drie vragen subtiel hernoemen:

Wat draag ik mee? – Waar sta ik nu? – Wat vraagt om beweging?

Het past bij het uitgangspunt: niet ontdekken hoe het allemaal zo gekomen is, maar beter beseffen hoe ik mij vandaag verhoud tot mijn leven — en wat ik daarmee te doen heb.