Na de laatste VPRO Zomergasten, met psychiater Jim van Os, bleven bij mij vooral twee van zijn woorden hangen.
Ontregeling, in plaats van meteen een psychiatrische stoornis met een label.
En verkennend: het verkennende gesprek. Niet onmiddellijk vaststellen wat iemand heeft, maar eerst onderzoeken wat er speelt. De deskundige houdt zijn oordeel nog even op zak. Eerst de mens in zijn geheel zien.
Een sympathiek idee.
En toen keek ik naar interviewer Janine Abbring.
Zij wordt terecht gewaardeerd om haar vermogen dichtbij haar gasten te komen. Ook Jim van Os vertelde over zeer persoonlijke familiekwesties. Indringend, openhartig, goede televisie.
Maar ik merkte dat ik ondertussen een ander gesprek met mezelf begon.
Hoe ver mag een interviewer eigenlijk gaan?
En belangrijker: hoe ver zou ík gaan als ik daar zat?
Want televisie kent blijkbaar ook een eigen vorm van verkennen. Eerst de ideeën. Dan het werk. Dan de persoon. Dan de ouders. En als we toch bezig zijn: hoe was de sfeer vroeger thuis?
Het fascinerende is dat Abbring zelf nadrukkelijk aanwezig blijft. Ze onderbreekt, deelt eigen ervaringen, legt verbanden. Geen onzichtbare interviewer, maar een gesprekspartner die mee het terrein betreedt.
Dat kan nabijheid opleveren. Maar ook iets anders.
Van Os pleit ervoor mensen niet te snel te reduceren tot een diagnose. Tegelijkertijd kijken wij naar een programma waarin een publiek persoon steeds verder wordt uitgepakt om te ontdekken wie hij werkelijk is.
Geen DSM-label dus. Wel graag de complete gebruiksaanwijzing.
En daar begon het bij mij te wringen.
Human interest betekent belangstelling voor de mens. Prachtig. Maar belangstelling kan ook omslaan in een soort publieke ontleding.
Wanneer wordt een diepgravend interview een ontmoeting?
En wanneer begint het te lijken op publieke psychoanalyse, zonder behandelcontract, maar mét camera?
Wellicht is dát het verkennende gesprek dat we als kijker zelf nog moeten voeren.